Emotionele intelligentie

Marc Vossen

In het boek "Emotionele Intelligentie" van Goleman gaat het niet zozeer over het IQ, maar wel over het EQ - de emotionele vaardigheden - van de mens. In dit boek onderzoekt de auteur of, en zo ja, wat die twee met elkaar te maken hebben. Daar dit een synthese is van een vrij uitgebreid werk, zullen vele nuanceringen hier achterwege blijven. Nochtans heb ik getracht om de rode draad door het boek zo goed mogelijk te volgen. Om dezelfde redenen werden de talloze voorbeelden en experimenten eveneens achterwege gelaten.
Inleiding

Intelligentie heeft geen zin, wanneer emoties de bovenhand nemen. Emoties spelen reeds lang een rol in het menselijk bestaan, maar worden de dag van vandaag geconfronteerd met een (te) snel veranderende maatschappij. In de meest pure zin van het woord (het Latijnse e-movere; bewegen van iets weg) zijn emoties een impuls tot handelen, een voorbereiding voor het lichaam. In de meest primitieve vorm spreken we hier dan over de voorbereiding voor een vecht/vluchtreflex. Het IQ (denken, rationeel, hoofd) vinden we fysich terug in de neocortex van onze hersenen, het EQ (voelen, emotioneel, hart) ontstaat in het limbisch systeem. Deze twee zijn semi-onafhankelijk van elkaar, doch er bestaat een voortdurend spanningsveld.
De biologie van emoties

Emotionele uitbarstingen zijn gijzelingen van ons zenuwstelsel, anders gezegd: het zijn momenten dat het limbisch systeem de bovenhand neemt op de neocortex. De kern van ons limbisch systeem is de amygdala, en zonder de amygdala zijn er geen emoties mogelijk. Het is onze psychologische schildwacht die de prikkels van onze zintuigen onderzoekt, daar deze signalen eerst de amygdala en pas daarna de neocortex bereiken. De amygdala kan ons lichaam al in actie laten komen, terwijl de iets langzamere - maar volledig geïnformeerde - neocortex nog bezig is zijn verfijndere actieplan op te stellen.

Emoties hebben een eigen geest en repertorium van emotionele herinneringen, onafhankelijk van onze rationele geest. In ons limbisch systeem onthoudt de hypocampus de feiten, terwijl de amygdala de emotionele kleur hierbij geeft. Dit systeem is echter ook slordig, daar sommige responsen gedateerd zijn; de amygdala reageert immers voordat er al rationele verklaringen zijn ontwikkeld door de neocortex. Er bestaat bovendien een neurale thermostaat voor onze emoties die de uitbarstingen van de amygdala en het limbisch systeem tempert: dit is de prefrontaal-cortex. Dit is het werkgeheugen bij de mens.

Emoties spelen een belangrijke rol bij het nadenken, zij stroomlijnen de rationele beslissingen. Ideaal is niet de ratio zonder emoties, maar wel het evenwicht tussen IQ en EQ.
Wat is dan emotionele intelligentie?

Sommige intelligente mensen handelen zeer irrationeel. Het "slagen in het leven" is voor twintig procent afhankelijk van het IQ en voor tachtig procent afhankelijk van de rest. Hoewel er een algemeen verband bestaat tussen IQ en socio-economisch niveau, garandeert een hoog IQ niet de best betaalde jobs, de hoogste levensstandaard, enz. De prestaties die gemeten worden in cijfers, zeggen niets over de reacties op de wisselvalligheden van het leven. Volgens Gardner is IQ een te beperkte notie. Intelligentie is meervoudig en schept dus een rijker beeld van vermogens. Hij maakt het onderscheid tussen interpersoonlijke intelligentie (het vermogen om andere mensen te begrijpen) en intrapersoonlijke intelligentie (de capaciteit om een accuraat, waarheidsgetrouw beeld te vormen van de eigen persoon). Hij hanteert de methode van de "spectrum-activiteiten", waarbij het opvallend is dat er hier geen enkele correlatie is met de Standford-Binet test. De emoties verrijken de kille cognitieve visie die lang werd aangehouden in de psychologie.

Salovey heeft een nog bredere - en inherent hieraan genuanceerdere - kijk op intelligentie. Hij vraagt zich af wat er belangrijk is om een succesvol leven te leiden. En dat is:

  • kennis van de eigen emoties
  • het reguleren van emoties
  • zelfmotivatie
  • het onderkennen van andermans emoties
  • het omgaan met relaties

Aan al deze onderdelen kan worden gewerkt. In de volgende vijf hoofdstukjes worden deze vijf vaardigheden verder uiteengezet.

a. Kennis van de eigen emoties: ken uzelf

Met ken uzelf - een begrip dat ook bij de oude Grieken niet geheel onbekend was - wordt het bewustzijn van de eigen emoties bedoeld op het moment dat deze plaatsvinden. Het is een voortdurende aandacht voor de eigen innerlijke toestand, een zelfbeschouwend bewustzijn, een meta-bewustzijn: het zuiver registeren (benoemen) van de eigen emoties. Dit is een basisvaardigheid waarop de andere emotionele vaardigheden zijn gestoeld. Het is een "bewustzijn van onze stemming en van onze gedachten over die stemming" (Mayer).

De intensiteit van gevoelens kan uiteraard verschillen. Hoe gemakkelijker we die kunnen ontwarren, hoe zelfbewuster we zijn. In dit proces is het onze neocortex die onze gevoelens omzet in woorden, hij speelt de rol van taalcentrum.

Bij persoonlijke beslissingen speelt het gevoel een cruciale rol. Rationeel kan men wel voor of tegen iets zijn, maar uiteindelijk beslissen onze gevoelens. De sleutel tot een betere persoonlijke besluitvorming is aldus de afstemming op ons gevoel, waarbij men rekening moet houden met het feit dat er twee soorten emoties zijn: de bewuste en de onderbewuste. Een goed emotioneel zelfbewustzijn stelt ons in staat om een slechte stemming af te schudden.

b. Het reguleren van emoties

Het bedwingen van losgeslagen emoties is de sleutel tot emotioneel welzijn. Hierbij moet men proberen een evenwicht te vinden tussen positieve en negatieve emoties, een activiteit waar we dikwijls mee bezig zijn. Hoewel we hierbij geen controle hebben over welke emoties er bijons opkomen, hebben we wel in de hand hoe lang die emoties duren. Woede is in deze context de emotie bij uitstek, die we het minst in de hand hebben.

Zillman ziet in gevaar de universele woedeprikkel. Dit kan een gevaar voor de fysische integriteit inhouden, maar het kan ook een bedreiging inhouden voor onze trots of waardigheid. Deze prikkel heeft een dubbel effect op ons brein. Enerzijds worden er catecholaminen afgescheiden; een tijdelijke energiestroom (voor de vecht/vluchtrespons), en anderzijds veroorzaakt de prikkel een gespannen toestand van actiebereidheid die veel langer aanhoudt: het emotionele brein blijft in een staat van paraatheid voor een prikkeling. Dit verklaart waarom mensen makkelijker boos worden als iets hun reeds uit de tent heeft gelokt of heeft opgejaagd: het is de dynamiek van de stijgende woede. Elke impuls bouwt immers voort op een nog niet uitgedoofde impuls en dat zorgt dus voor escalatie.

We kunnen hierop op twee manieren reageren: ofwel gaan we de gedachten die de woede teweegbrengen ondervangen en aanvechten (cognitieve uitschakeling) ofwel gaan we fysiologisch bedaren in een omgeving waar geen woedeprikkels aanwezig zijn (afkoeling). Zowel de cognitieve uitschakeling (en dit mondt dan uit in razernij) als de afkoeling (want die werkt niet als we de woede-gedachtengang verder zetten) kunnen evenwel falen. De beste remedie is om eerst een beetje af te koelen om nadien op een assertieve wijze de woede op te lossen.

Borkovec bestudeerde het "piekeren". Mensen die piekeren zijn niet in staat om zorgen te laten verdwijnen door de aandacht op iets anders te richten. Door te piekeren kan men weliswaar de oplossing voor een probleem vinden, maar meestal benadert men alleen het probleem en niet de oplossing. Het voordeel van het piekeren kan erin liggen dat de angst zelf verdwijnt. Daarom pleit hij in een eerste instantie voor een identificatie van het angstsignaal (zelfbewustzijn) en in tweede instantie een kritische houding gericht op de geldigheid van het tobben en afleiding zoeken. De afleiding, aldus Tice, moet het brein in een gesteldheid brengen die strijdig is met de huidige emotionele gesteldheid. Daarom moet men zorgen voor een kleine emotionele opkikker; het organiseren van een kleine triomf.

c. Zelfmotivatie

Emoties bepalen de grenzen van onze geestelijke capaciteiten, m.a.w. het EQ beperkt en begrenst ons IQ. Impulscontrole ligt aan de basis van emotionele zelfcontrole en betere sociale vaardigheden. Hoe meer angst men heeft, hoe minder intellectuele vaardigheden. Een goed humeur heeft een positieve invloed op het geheugen en vice versa. Volgens Snyder doet hoop leven: mensen die kunnen hopen zijn in staat tot zelfmotivatie en kunnen zich doorgaans flexibeler opstellen. Zij overwinnen ook makkelijker angst en depressie. Seligman beweert dat optimisme ook een gunstige invloed heeft: het vrijwaart voor apathie en depressie. Dit heeft veel te maken met de attributie van successen en mislukkingen. Een optimist zoekt externe factoren voor zijn falen, een pessimist wijt alles aan zichzelf. De grondslag van de hoop en optimisme is de zelfredzaamheid: het geloof dat je zeggenschap hebt over de dingen in je leven en dat je tegen elke uitdaging bent opgewassen.

In dit verband introduceert Csikzentmikalyn het begrip "flow". Hieronder wordt verstaan: het bereiken van de top van de prestaties of het overschrijden van vroegere perstaties, terwijl alle andere ervaringen op dat moment verdwijnen. Dat "roes" kan men slechts bereiken als men de aandacht volledig fixeert op een taak en daaraan gaat werken met een meer dan normaal vermogen. Dit vereist slechts een lage mentale activiteit, daar alles op die ene taak is afgestemd.

d. Het onderkennen van andermans emoties

Empathie ontwikkelt zich uit zelfbewustzijn: hoe beter we ons zelf kennen, hoe gemakkelijker het is om anderen te begrijpen. Iemand die zich empathischer opstelt, is zelf emotioneel meer in evenwicht. Empathie zou al ontstaan bij baby’s (motorisch nabootsen) en evolueert naar een afstemmen-op. Als die afstemming ontbreekt, kan men op latere leeftijd een scala aan emoties missen, omdat ze steeds onbekend zijn gebleven. Gebrek aan mede-menselijkheid wijst op een ernstige emotionele storing die men bij verkrachters, seriemoordenaars en psychopaten aantreft.

e. Het omgaan met relaties

Om relaties in goede banen te kunnen leiden, moet men de gevoelens van anderen kunnen reguleren. Dit vereist dus zelfregulatie en empathie. Eén van de belangrijkste emotionele vaardigheden is het uiten van emoties. Emoties zijn besmettelijk; ze hebben een impact op het gedrag van anderen en gaan over van degene die zijn emoties het sterkst uitdrukt op de emotioneel passievere.

Volgens Hatch en Gardner bestaan er componenten van interpersoonljke intelligentie. De kern van interpersoonlijke verfijning bestaat uit: het organiseren van netwerken, het onderhandelen over oplossingen, persoonlijke aansluiting en sociale analyse. Indien men niet beschikt over sociale vaardigheden, komt men terecht in een sociaal isolement. De toetssteen van de sociale vaardigheid is het vermogen om de ontredderde emoties van anderen tot bedaren te brengen.
Intieme vijanden

De emotionele breuklijnen van een huwelijk zijn geworteld in de verschillende emotionele werelden van mannen en vrouwen. Er is immers een verschil in emotionele scholing. Vrouwen zijn bedreven in het interpreteren van verbale en non-verbale emotionele signalen en in het uiten en overbrengen van hun gevoelens. Mannen minimaliseren emoties die te maken hebben met kwetsbaarheid, schuldgevoel, angst en pijn.

Flooding is de escalatie van emotionele breuklijnen. Het is een emotionele gijzeling die zichzelf in stand houdt. Dit fenomeen komt meer voor bij mannen. Zij trekken dan een muur op die de oorzaak is voor flooding bij vrouwen. De oplossing ligt erin dat mannen conflicten niet uit de weg moeten gaan en aanvaarden dat kritiek niet persoonlijk is. Zij moeten vermijden om in conflicten met een "praktische oplossing" voor de dag te komen en in eerste instantie bereid zijn te luisteren. De vrouwen moeten in zulke situaties vermijden over te gaan op persoonlijke aanvallen. In het algemeen kan men stellen dat men moet proberen om de discussies op de rails te houden, empathie te tonen en pogen om de spanning te verminderen.

Sterke emoties zetten aan tot handelen. Het reguleren van deze impulsen tot handelen is van fundamenteel belang voor emotionele intelligentie. Bij woordenwisselingen moet men flooding vermijden en rustpauzes inlassen die dienen om te kalmeren. Vaak helpen ook ontgiftende gedachten, waarbij men probeert om goede dingen in te zien. Niet-defensief luisteren en open communicatie zijn uiteraard eveneens van groot belang. Deze responsen dienen geoefend te worden, om ze ook in minder kalme omstandigheden adequaat te kunnen aanwenden.
Management met gevoel

De rudimenten van sociale intelligentie zijn teamwork, open communicatie, samenwerking, luisteren en het uiten van eigen meningen. Een laag niveau van emotionele intelligentie op het werk is niet bevorderlijk voor de resultaten.

Een zeer belangrijk punt terzake is de feedback. De manier waarop dit gebeurt is belangrijk belangrijk voor de mate waarin mensen tevreden zijn met hun werk, over degene met wie ze werken en over degene bij wie ze verantwoording schuldig zijn. Daartoe moet men persoonlijke aanvallen zo veel mogelijk vermijden. Men formuleert beter klachten waarop men kan inspelen. De belangrijkste reden tot conflict zijn ongerijmde kritieken. Dikwijls wordt er vaak kritiek geuit, maar is er geen plaats voor lofuitingen. Dit leidt dikwijls tot frustraties. Kundige (opbouwende) kritiek is een zeer goed alternatief voor persoonlijke, vernietigende aanvallen.

Volgens Levinson is het beter om zo specifiek en duidelijk mogelijk te zijn. Zowel positieve als negatieve aspecten moeten belicht worden. Dit is ook bij complimenten belangrijk. Men kan beter een oplossing bieden, of ten minste aanknopingspunten bieden voor een manier om het probleem op te lossen. Kritiek moet persoonlijk en niet op afstand gebeuren (bijvoorbeeld via de telefoon of in een memo). Hierbij is het steeds belangrijk om open te staan voor de gevoelens van de betrokkene(n): toon empathie! De betrokkenen moeten proberen om kritiek te zien als waardevolle informatie en niet als een persoonlijke aanval. Men moet zich niet verdedigend opstellen, maar verantwoordelijkheden opnemen. Indien de situatie te emotioneel geladen wordt, moet de confrontatie even uitgesteld worden.

Vooroordelen (die voortleven op het werk) zijn emotionele lessen die vroeg in het leven werden opgedaan. Ze zijn praktisch niet weg te krijgen, want ze blijven onderhuids bestaan. Men kan wel een actieve houding aannemen ten aanzien van de uitingen in verband met vooroordelen. Men kan ze openlijk bekritiseren en afkeuren. De impact hiervan is uiteraard groter wanneer men een leidinggevende functie heeft.

Het IQ van een groep is het hoogst, wanneer de groep in sociale harmonie werkt. In dit geval bepaalt het EQ van de groep en de individuele leden dus het IQ van de groep. Degenen die het best presteren zijn diegenen die goede contacten onderhouden met hun netwerken van collega’s. In dit opzicht bestaan er verschillende types informele netwerken:

  • communicatief (wie praat met wie?)
  • expertise (wie wordt geraadpleegd?)
  • verantwoordelijkheid (wie neemt wie in vertrouwen?)
  • Geest en geneeskunde

De emotionele toestand van personen is belangrijk voor hun genezing. Over het algemeen zijn storende emoties slecht voor de gezondheid. Sommigen beweren zelfs dat er fysieke routes bestaan tussen emoties en het immuniteitssysteem. Zo is woede een schadeverwekker voor het hart - niet dat dit de enige oorzaak zou zijn van hartziektes - vooral wanneer het gaat om chronische vijandigheid. Ook factoren als angst en stress ondergraven het immuniteitsysteem. Zo werd bijvoorbeeld aangetoond dat mensen onder stress sneller een verkoudheid krijgen dan hun meer ontspannen medemens. Ook depressies dragen bij tot de ernst van een ziekte. Het is dus een vorm van ziektepreventie om mensen te helpen bij het hanteren van hun verwarde gevoelens en veel patiënten hebben (aantoonbaar) baat bij het lenigen van hun psychologische noden, naast hun medische noden.

Het gezin als laboratorium

Het gezin is de eerste emotionele leerschool. De slechtste ouderschapsstijlen zijn het totaal negeren van emoties, een teveel aan "laissez-faire" en een neerbuigend optreden zonder respect. Kinderen van emotioneel vaardige ouders hebben een betere band met hun ouders en met anderen en zijn "biologisch" meer ontspannen.

De schoolrijpheid van een kind wordt bepaald door 7 factoren, die allemaal verwant zijn met emotionele vaardigheid: zelfvertrouwen, zelfcontrole, nieuwsgierigheid, vastbeslotenheid, verbondenheid, communicatieve vaardigheid en behulpzaamheid.
Trauma en emotionele herscholing

De kern van PTSD (Post Traumatic Stress Disorder) is een trauma: een zich opdringende herinnering aan een centraal, gewelddadig voorval. Deze herinnering wordt een reactiestartende herinnering in de amygdala. De meeste schade wordt hier veroorzaakt door oncontroleerbare stress. Het limbisch systeem scheidt in geval van PTSD neurochemicaliën af bij situaties van weinig betekenis, maar die op één of andere manier aan het oorspronkelijk trauma herinneren. Mensen leren doorgaans een bepaalde vrees af. Bij PTSD-patiënten is dat dus niet het geval. Het gaat hier om een abnormale hardnekkigheid van emotionele herinneringen. De aangeleerde ontreddering zit inde amygdala gegrifd. Het is door de prefrontaalkwabben dat men dit actief kan gaan onderdrukken. Deze hersenveranderingen bij PTSD kunnen ongedaan gemaakt worden. Anders gezegd: het emotioneel schakelsysteem kan opnieuw onderwezen worden. Dit herstel bestaat uit drie stappen: het hervinden van het gevoel van veiligheid en controle, de reconstructie van het trauma (in een veilige en gecontroleerde omgeving) en tenslotte het rouwproces in verband met het veroorzaakt trauma. De trauma’s zullen naar alle waarschijnlijkheid nooit helemaal verdwijnen, maar de responsen worden anders.
Emotionele ontwikkeling

De emotionele ontwikkeling van de huidige generaties loopt achteruit. De reacties van kinderen zijn steeds vaker - automatisch - vijandig omdat ze zich (te) snel bedreigd voelen. Emotioneel minder ontwikkelde kinderen hebben trouwens (later) meer de neiging tot crimineel gedrag. Als men op tijd ingrijpt, kan men anti-sociaal gedrag afleren. De emotionele verwording van de jeugd vindt men terug in talrijke voorbeelden: het toenemend aantal zelfmoorden onder jongeren, het meer en meer voorkomen van depressies op jeugdige leeftijd, boulemie, anorexia, drug- en drankproblemen. Als deze "ziektes" hebben te maken met emotionele intelligentie. De auteur pleit dan ook voor een betere emotionele scholing van de jeugd. In het boek worden een aantal onderwijsmethoden en onderwijsinstellingen besproken, die aandacht besteden aan de emotionele ontwikkeling.

Copyright © 1997-2000 Mensa Belgium-Luxembourg